Prof. Elke Van Hoof: “Zonder investeringen in werkbaar werk zullen de burn-outcijfers blijven stijgen.”

Op vier jaar tijd is het aantal mensen dat meer dan een jaar thuis zit door een burn-out of depressie met veertig procent gestegen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het RIZIV, het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering. Bovendien toont onderzoek aan dat we de piek nog niet bereikt hebben. De cijfers zullen ook de komende jaren verder stijgen. Enkel investeringen in werkbaar werk en reïntegratie op de arbeidsmarkt zullen de tendens kunnen keren.

Pandemie heeft uitvergroot wat al fout ging

Er zitten steeds meer mensen thuis met burn-out of depressie, dat blijkt uit cijfers van het RIZIV. Op 31 december 2020 waren  bijna 112.000 Belgen al meer dan een jaar arbeidsongeschikt door een burn-out of depressie. Vier jaar eerder waren er dat nog “maar” 80.252. Een stijging van 40 procent.

De impact van de pandemie zien we duidelijk terug in de cijfers. De stijging was in 2020 nog groter dan de jaren voordien: in absolute cijfers gaat het  om een stijging van ongeveer 7500 mensen per jaar van 2016 tot 2019. In 2020 stijgen de cijfers plots met  8500 diagnoses, een stijging van 13.5%.

Deze opvallende stijging volledig op de pandemie steken, is echter zeer kortzichtig. De pandemie heeft louter uitvergroot wat daarvoor al verkeerd ging, namelijk de investering in welzijn en de reïntegratie op de arbeidsmarkt.

Verdwijnen brugpensioen als belangrijke factor

Een belangrijke verklaring voor de stijging in burn-outs en depressies is het wegvallen van allerhande systemen van vervroegde uittreding, denk maar aan brugpensioneringen die strenger zijn geworden in 2015. Het systeem van arbeidsongeschiktheid staat onlosmakelijk in verbinding met langdurige afwezigheid: als er meer arbeidsongeschiktheid is, is er minder langdurige afwezigheid en vice versa. Het zijn als het ware communicerende vaten. 

Daarnaast is ook de infodemie – de overload aan informatie die mensen moeten verwerken gecombineerd met de neiging om  steeds geconnecteerd te blijven – een belangrijke oorzaak van de burn-out en depressiegolf. De nieuwe technologieën zorgen voor spanningen. We zijn de hele tijd online: voor het werk, om onszelf een imago te geven of om andere redenen. Zeker tijdens de pandemie hebben we het gevoel dat informatie langs alle kanten binnenstroomt: sms, WhatsApp, mail, Zoom, … We krijgen het gevoel dat we constant achter de feiten aanlopen, wat tot stress leidt. En daar is ons brein niet goed tegen bestand. We hebben geen rustpauzes meer, waardoor onze veerkracht afneemt. Maar we hebben nu eenmaal tijd nodig om informatiepieken te verwerken en ons klaar te maken voor de volgende piek.

De oplossing? Inversteringen in werkbaar werk

Hoe geraken we dan uit zo’n neerwaartse spiraal van burn-out en depressie? Volgens mij moeten zowel bedrijven als de overheid in eerste instantie focussen op werkbaar werk. Er moeten creatievere systemen ingevoerd worden om de werkdruk te verlichten naarmate men ouder wordt, zoals een meer superviserende rol wanneer men ouder wordt of werkplek-flexibiliteit. Daar zitten nu dus ook heel wat opportuniteiten met het telewerk indien het goed georganiseerd wordt.  

Een tweede belangrijke focus is die op de reïntegratie op de arbeidsmarkt. We zien in onderzoek dat andere landen die zwaar investeren in reïntegratie ook een stijgende werkbaarheidsgraad vertonen. De globale tendens is dat als er gewerkt wordt aan reïntegratie op de arbeidsmarkt, dat ook zijn heeft effect op de werkbaarheidsgraad. Hoe dat juist gebeurt is van onderliggend belang.

Tenslotte moet ons strategisch welzijnsbeleid ook inzetten op zingeving via een duidelijke missie en visie. We merken dat mensen zich vaak verloren voelen zonder zingeving en zo richting burn-out en depressie geleid worden. Geef mensen dus een antwoord op de vraag “waarom doe ik wat ik doe?” en toon ze waarom hun acties bijdragen aan de ontwikkeling van zichzelf, de organisatie of de wereld.