7 tips om om te gaan met emoties op de werkvloer

Waar mensen intensief met elkaar samenwerken, kunnen emoties hoog oplaaien. En dat is normaal. Toch is het niet altijd makkelijk om om te gaan met jouw emoties of met die van anderen. Met deze 5 tips vermijd je dat de situatie escaleert en krijg je opnieuw controle. 

1. Geef ruimte aan emoties 

Wat doe je als een collega plots begint te wenen? Meestal weten we niet goed hoe we moeten omgaan met emoties van anderen, zeker niet op het werk. Vaak hebben we de neiging om meteen te reageren en advies te geven, of het probleem te minimaliseren. Dat is menselijk, maar niet de juiste respons. Veel beter is het om ruimte te geven aan de emotie. Luister naar het verhaal en wacht even rustig af. Laat de persoon in kwestie op adem komen. Bevestig dat je begrijpt dat het moeilijk is (vb. ‘Dat klinkt heftig’). Daarna kun je rustig polsen naar de hulpbronnen van de collega. Heeft hij of zij al iets dergelijks meegemaakt? Wat was toen de oplossing? Is dat nu ook mogelijk? 

2. Iedereen heeft recht op 1 hysterische bui per maan

Emoties op de werkvloer zijn perfect normaal. Laat ze dus ook gewoon toe. Het is juist goed als mensen zich uiten in plaats van alles op te kroppen. Gemiddeld een hysterische huilbui per maand is perfect normaal, niets om je zorgen over te maken. Twee is zelfs nog ok. Merk je een bepaald patroon? Dan kan de oorzaak misschien opgelost worden door ervoor te zorgen dat de collega in kwestie meer zelfvertrouwen krijgt door bij voorbeeld een mentor, een buddy of een training te organiseren. Of misschien is de context gewijzigd waardoor het niet meer de juiste persoon op de juiste plek is. 

3. Maak een lijst met plussen en minnen 

Zit je met een baksteen in je maag? Maak een lijstje van alles waar je tegenaan loopt of ongelukkig van wordt. Zet vervolgens naast elk punt ook iets positiefs, dingen die momenteel wel goed lopen. Dat helpt om het geheel te relativeren. Waarschijnlijk voel je je nu al een stuk beter. Benoem tenslotte wat je nodig hebt om het nog 1 stap beter te maken. Dàt wordt je actiepunt. Zo kan je dit oplossen. 

4. Schrijf piekergedachten neer 

Neem datzelfde lijstje en ga punt per punt na wat je aan de negatieve zaken kan doen. Plan vervolgens de concrete actiepunten in in je agenda. Op die manier haal je je piekergedachten letterlijk uit je hoofd door ze toe te vertrouwen aan het papier. Want dat is de functie van piekeren: je hoofd wil niet dat je iets vergeet, en dus blijf je er mee zitten. Door het op papier te zetten en er vervolgens mee aan de slag te gaan, haal je de onrust uit he hoofd. Zo simpel kan het soms zijn. 

5. Eindig de week met een baggersessie 

We kijken niet graag naar de negatieve aspecten van het leven. Het liefste willen we dat alles positief is. Je kan echter geen positieve emoties hebben als je de negatieve niet toelaat. Elke medaille heeft 2 kanten. Om ruimte te geven aan het negatieve, kun je de laatste 15 minuten van de week eindigen met een baggersessie. Gooi alles wat negatief is eruit, en sluit vervolgens af. De maandag erna kan je dan de eerste 15 minuten van je werkdag gebruiken om je planning op te maken. Waar wil je mee starten? Wat krijgt focus? Wat wil je vermijden? Ook op deze manier creëer je ruimte in je hoofd en voel je niet die continue drang en dwang. 

6. Leer uitnodigend communiceren 

Weet je wat je waard bent en wat je wilt? Ga er dan zo over spreken dat mensen het jou van nature uit gunnen. Ga dus niet onderdanig wachten tot het jouw moment is. Pak zelf je moment! Ga het ook niet dominant claimen. Ergens tussenin is perfect. Probleem een neutrale, uitnodigende houding te vinden. Je zal merken dat deze manier van communiceren mensen aantrekt die jou verder zullen brengen bij het bereiken van je doel. 

7. Neem jezelf niet te serieus. 

Het probleem van deze tijd is dat we onszelf massaal te veel au sérieux nemen. Dat wordt versterkt door de illusie van perfectie die door (social) media wordt gecreëerd. De realiteit? Het leven is meer kommer en kwel dan feest. De kunst is om feest te vieren tijdens de kommer en kwel. Zit het niet mee? Beschouw het als een monopoly spel: ga terug naar start en probeer opnieuw. Werkt deze aanpak? Maak er een ritueel van. Werkt het niet? Probeer iets anders. En omarm dit proces. Want het proces is waar het uiteindelijk om gaat, niet het eindresultaat. 

Een gezonde work/life balans? 3 valkuilen en 1 gouden tip

Het is wellicht de grootste uitdaging voor de werkende mens: de balans bewaren tussen het werk en het privéleven. Om deze balans gezond te krijgen én te houden, is het belangrijk om bewust te blijven van een aantal valkuilen. En dat zijn er heel wat. In deze blog gaan we in op de drie belangrijkste. Ook geven we nog een gouden tip die je helpt om voor jezelf te bepalen of je nog steeds ok bent.  

Valkuil 1: overspoeld worden als gevolg van te weinig structuur 

We worden dagelijks overspoeld door informatie, taken en verwachtingen van anderen. Vaak is er een gebrek aan gewoonten, structuur, planning en communicatie hierover. Gevolg: het loopt mis. Want iedereen loopt rond met andere verwachtingen, en als er geen duidelijke afspraken gemaakt worden binnen een stevige structuur, is dat een recipe for disaster. Zorg dus dat er wel voldoende structuur en planning is, zodat misverstanden en de gevolgen ervan geen kans krijgen. 

Valkuil 2: te lang in de comfortzone blijven hangen 

Graag vertoeven in de comfortzone is menselijk. Het geeft ons de illusie van rust en controle. Blijf je er te lang in hangen, dan wordt alles saai en voorspelbaar. Dit gevoel ga je mogelijk projecteren op andere aspecten van je leven, zoals je relatie. Maak het jezelf dus niet te makkelijk, en haal jezelf regelmatig eens uit je comfortzone door bijvoorbeeld iets te doen wat minder vertrouwd is. Vergelijk het met jongleren: de bal af en toe eens laten vallen hoort erbij, en houdt je scherp. 

Valkuil 3: te weinig zelfzorg 

Zelfzorg betekent voldoende aandacht besteden aan slaap, voeding, beweging en vrije tijd. Vooral dat laatste is belangrijk, want dat is je hersteltijd. Zorg voor een gezonde mix van beweging en letterlijk niets doen. Dertig minuten aan een matige intensiteit bewegen per dag zorgt ervoor dat stress-stoffen vrijgemaakt worden uit het brein. Maar ook gewoon niets doen en letterlijk kijken hoe snel het gras groeit, is enorm heilzaam. We doen dit vandaag veel te weinig omdat we de hele tijd zitten te tokkelen op onze smart devices. Het is nochtans een uitstekende manier om het hoofd vrij te maken. 

Gouden tip: check-in met jezelf 

Hoe hou je bij jezelf de vinger aan de pols en vermijd je dat je zonder het te merken afglijdt in een ongezonde work/life balans of te stresserende werksituatie? Simpel: plan elke 1ste dag van de maand een kwartiertje tijd in je agenda. Begin met de oefening van het ideale quadrant en ga na of je nog wel de juiste dingen doet om het juiste niveau van tevredenheid te behalen. 

Check vervolgens je stressniveau. Hiervoor kan je je APGAR-score berekenen. Dit is een cijfer van 1 tot 10 dat in de neonatologie gebruikt wordt om de gezondheid van pasgeboren baby’s te beoordelen.   

Om na te gaan of er bij jou sprake is van toxische stress kun je een alternatieve Apgartest gebruiken. Aan de hand van de onderstaande vragenlijst kun je de vinger aan de pols houden. Wanneer je op meer dan 2 van de 5 vragen ‘ja’ antwoordt, is het tijd om actie te ondernemen. Probeer te achterhalen wat het juist is dat jou uit je evenwicht haalt en praat erover met je leidinggevende. 

  1. Appeareance (voorkomen) 
    Is er sprake van een plotselinge wijziging in je uiterlijk, gewicht, slaappatroon, (genees)middelenverbruik? 
  1. Performance (presteren) 
    Heb je het gevoel dat je ineens over- of onderpresteert? 
  1. Growth tension (groeispanning) 
    Kun en wil je nog nieuwe informatie opnemen? 
  1. Affect control (affectcontrole) 
    Kun je je emoties en frustraties beheersen? 
  1. Relationships (relaties) 
    Is er een plotse verandering in sociale interactie merkbaar? 

Goed om te weten: deze test heeft geen enkele diagnostische waarde. Het is alleen een hulpmiddel om de druppel die de emmer doet overlopen tijdig te herkennen.

Jobcrafting: ga zelf aan de slag met je job voor meer werkplezier

Kan je je job zelf leuker maken? Ja, dat kan! Dit noemen we jobcrafting. Het enige wat je ervoor nodig hebt, is pen, papier en een duidelijke blik op je taken en verantwoordelijkheden. Aan de slag! 

Het ideale kwadrant 

Om aan jobcrafting te doen, moet je eerst je ‘ideale kwadrant’ bepalen. Dit doe je als volgt. 

Bekijk je takenpakket en beantwoord volgende vragen: 

  1. Wat doe je graag? Aan welke taken beleef je plezier? 
  1. Waarin voel je je competent? 

Zet deze twee parameters uit op een diagram met vier kwadranten. Het kwadrant met zowel ‘taken die je graag doet’ en ‘taken waarin je je competent voelt’ is jouw ideale kwadrant. In de ideale wereld zit 85% van je taken hierin. Is dit niet het geval? Dan kan je gaan jobcraften. 

Het ideale kwadrant

Tijd om te onderhandelen! 

Het minst ideale kwadrant is de combinatie ‘niet competent’ + ‘geen zin in’. Deze taken kosten jou tonnen energie. Heb je er te veel van, dan kan dit leiden tot ziekmakende stress. Over deze taken moet je gaan onderhandelen met je leidinggevende en teamgenoten. Misschien kan een collega ze overnemen en kunnen jullie taken wisselen? Of ben jij gewoon niet meer de juiste persoon op de juiste plek? In elk geval heb je bij voorkeur zo weinig mogelijk taken in dit kwadrant. 

Kom uit je comfortzone 

In dit kwadrant zitten doorgaans veel taken, en dat is logisch. Je begint aan je job op basis van een aantal vaardigheden en zaken die je goed kan. De omgeving verwacht van jou dat je dit doet, maar het geeft je geen energie. Je zit met andere woorden in je comfortzone en hebt weinig uitdaging. Dit is een valkuil voor stress gerelateerde problemen. Dit kun je oplossen door je werk anders te organiseren of de context aan te passen. Verander bijvoorbeeld eens van werkplek, of doe een taak samen met een collega. Dit hoeven dus geen ingrijpende aanpassingen te zijn. 

Daag jezelf uit 

Voor de taken in dit kwadrant is de oplossing eenvoudig: volg een opleiding, vraag uitleg, train jezelf en zorg er met andere woorden voor dat je wel competent wordt voor deze taken. Het is een goede regel om 10% van je werktijd te besteden aan het ontwikkelen van nieuwe zaken binnen dezelfde verantwoordelijkheid. Op die manier laat je het werkplezier stromen. Zeker als je weet dat mensen gewoontedieren zijn, is het goed om jezelf te stimuleren om die 10% uitdagingen aan te gaan. 

Hoe hou je je werk op lange termijn spannend? 

Op langere termijn is het verstandig om telkens opnieuw op zoek te blijven gaan naar een manier om het een tikje moeilijker en uitdagender te maken voor jezelf. Hou hiermee wel rekening met je gezinssituatie, en neem het ook telkens stapje per stapje. Je energiepeil mag hier niet onder lijden. Je kan je energie vergelijken met een emmer vol snoepjes. Als je er te veel energiesnoepjes uithaalt, is de emmer leeg. Zorg ervoor dat je altijd nog een bodempje snoepjes over hebt. Dit is een evenwichtsoefening. Ook hier is 90% versus 10% een goede verhouding: 90% tevredenheid/stabiliteit versus 10% uitspatting/uitdaging. Deze verhouding kun je trouwens ook prima toepassen op het leven in het algemeen en op relaties. 

Wat is werkplezier? En hoe krijg je het?

Werkplezier. Het is een containerbegrip geworden en iedereen vult het anders in. Voor de ene is het euforisch geluk terwijl de andere het omschrijft als gewoon tevreden zijn. Er zijn ook heel wat theorieën over.

Werkplezier: wat is het?

Kort gezegd is werkplezier terug te brengen tot 3 aspecten:

  1. Geloof in jezelf en wat je waard bent (hangt af van je talenten en vaardigheden)
  2. Geloof in de omgeving en in de wereld (hangt af van de verbinding die je voelt)
  3. Vertrouw erop dat je de wereld zo kan kneden dat je gezien wordt en erkenning krijgt (sterk gelinkt met de zingeving die je ervaart in je job).

Als deze 3 elementen voldoende en evenwichtig aanwezig zijn, kunnen we spreken van werkplezier.

Bij dit alles is ook de context erg belangrijk. Welke omgeving heb je nodig om je comfortabel te voelen? En wanneer komen je talenten het beste tot uiting?

Werkplezier: een gedeelde verantwoordelijkheid

Op dit moment ligt de verantwoordelijkheid voor het werkplezier nog te veel bij de werknemers zelf. En tegelijkertijd is het een illusie dat de werkgever het geluk van zijn werknemers in handen heeft. Conclusie: werkplezier is een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer.

Concreet betekent dit voor werkgevers dat zij de plicht hebben om de context te creëren waarin elke werknemer tot zijn volle potentieel kan komen en de beste versie van zichzelf kan worden. Hoe deze context wordt ingevuld, hangt natuurlijk af van de strategie, de marktpositie en de drivers van je bedrijf. Het is altijd mogelijk om de ideale voorwaarden voor werkplezier te creëren, maar het vraagt natuurlijk wel een bepaalde organisatie en een open mind. Ideaal is dat je als bedrijf een soort menu aanbiedt waaruit je werknemers kunnen kiezen.

Vervolgens is het aan de werknemer om zelf te onderzoeken wat werkplezier oplevert (zie ook volgend punt) én als een goede huisvader met dit menu om te gaan. Als flexibiliteit in de vorm van telewerk tot de mogelijkheden behoort, dan is het vanzelfsprekend dat de werknemers hier geen misbruik van maakt. Een uitgebreid menu dat gezonde keuzes is een uitstekende basis voor een aangename en dynamische werksfeer.

Hoe ontdek je wat jou werkplezier kan opleveren?

Om te weten wat voor jou werkplezier kan opleveren, moet je eerst voor jezelf bepalen waar je naartoe wil. Wat is jouw doelstelling? Dat kan een bepaalde functie zijn, of een specifiek bedrijf waar je graag wil werken. Of vaardigheden die je nog verder wil ontwikkelen. Een doelstelling geeft jou richting en focus en is een absolute vereiste om van werkplezier te kunnen spreken.

Vaak kijken we bij werkplezier naar de talenten en vaardigheden die iemand heeft en focust men sterk op die inzichten. Dat is op zich niet verkeerd, maar het biedt onvoldoende informatie zolang die doelstelling niet helder is. Pas als je doel duidelijk afgelijnd is, kan je evalueren of je goed bezig bent en of je je talenten wel voldoende kan inzetten.

Dat doel kun je voor jezelf bepalen door jezelf de vraag te stellen: ‘Wat zou ik nog allemaal willen doen in mijn leven?’. Eerst denk je hierover na los van alle mogelijke beperkingen (zoals tijd, budget, gezinssituatie). Vervolgens maak je een onderscheid tussen wat haalbaar is op korte termijn en waar meer tijd voor nodig is. Voel tenslotte waar je het meeste warm van wordt. Dat is je startpunt.

Wat als jouw job gewoon geen werkplezier toelaat?

Het is perfect mogelijk dat er binnen de grenzen van jouw job weinig tot geen elementen zijn die voor werkplezier kunnen zorgen. Toch is het mogelijk om in zo’n context werkplezier te ervaren. Hoe? Door werkplezier te beschouwen als een optelsom van meerdere factoren. Misschien is de job zelf niet leuk, maar geeft het jou de mogelijkheid om je privédromen waar te maken. Of misschien hou je niet van de taken die je moet uitvoeren, maar werk je wel in een gezellige ploeg van warme collega’s. Conclusie: werkplezier gaat een stuk breder dan louter de job. Door dit in het juiste perspectief te zetten en te relativeren maak je het al een stuk makkelijker om ook daadwerkelijk plezier aan je job te beleven.